Gebruiksaanwijzing

a acht weken Elyas om me heen, heb ik eindelijk zijn gebruiksaanwijzing gevonden, al is deze helaas in  babytaal geschreven en heb ik het idee dat de inhoud zich nog wel eens stiekem wijzigt. Toch heb ik een deel al kunnen vertalen. Het komt er op neer dat Elyas niet de makkelijkste baby uit mijn rijtje nageslacht is, maar zeker ook niet de moeilijkste. Huilen kan hij, maar doet hij alleen wanneer ik zijn gebruiksaanwijzing niet begrijp. De regels uit de handleiding die ik al heb kunnen ontcijferen zijn als volgt:


Elyas:

-         houdt niet zo van alleen zijn

-         houdt dus ook niet van alleen slapen

-         wil daarom overdag het liefst in de draagdoek slapen

-         kan best in zijn wiegje dutten, maar moet dan wel eerst op zijn buikje op mama’s buik liggend in slaap vallen voordat hij kan worden weggelegd

-         houdt niet van doelloos op zijn rug liggen

-         wil daarom alleen in de box liggen als er wat te zien valt

-         wil het liefst op zijn buik slapen

-         kan ’s nachts best op zijn zijtje slapen, maar dan wel tegen mama aan

-         houdt erg van klassieke muziek en wordt daar heel rustig van

-         is enorm fan van Mozart, met het Wiegenlied als favoriet

-         houdt zowel van douchen als badderen

-         vindt luier verschonen ook erg fijn en protesteert niet bij het aankleden

-         poept twee maal per dag en dan kan je beter maar snel wezen met verschonen, anders loopt het er aan alle kanten uit

-         is meestal gewoon heel erg lief, maar dan moet je je wel aan de handleiding houden

-         is stiekem de baas in huis


Nu nog de rest van de gebruiksaanwijzing uitpluizen, maar zoals voor iedere baby geldt eigenlijk gewoon ‘al doende leert men’.

Ik liever dan jullie

wanneer je je met twee grote dochters en een kleine baby in een draagdoek aan de balie van een orthodontisten praktijk meldt, blijk je ineens een bezienswaardigheid te zijn.

Op zich best verklaarbaar; als je de hele dag voornamelijk tieners, pubers en jongvolwassenen behandelt, kan ik me voorstellen dat een baby in de praktijk een welkome afwisseling is. De ‘ooh’s’ en ‘aah’s’ waren dan ook niet van de lucht (terwijl ik dit typ vraag ik me af waar deze uitdrukking in vredesnaam vandaan komt en wat ik me er eigenlijk bij moet voorstellen). Het waren echter met name de orthodontisten en assistentes die vertederende blikken wierpen. De moeders in de wachtkamers bekeken me vooral met slecht verborgen medelijden alsof ze wilden zeggen: ‘jij liever dan ik’.

Meer mensen vragen zich af of het nog wel prettig is om nog aan baby’s te beginnen als je al grotere kinderen hebt, maar ik kan het iedereen aanraden - al heb je dat niet altijd voor het kiezen. Het is zoveel leuker dan de nakomeling kort op elkaar. Ik dacht ooit dat kinderen goed met elkaar op zouden kunnen schieten als er weinig leeftijdsverschil tussen zat, maar in de praktijk blijkt karakter een veel groter bepalende factor te zijn dan het onderling leeftijdsverschil.

Om een lang verhaal kort te houden: de diversiteit binnen ons gezin is niet alleen praktisch, het is ook nog eens heel erg gezellig en boeiend, en alles behalve beklagenswaardig (...dus keek ik vanochtend in die wachtkamer even heel stoer terug: 'ik liever dan jullie').

Zoek de zeven verschillen

De vraag is natuurlijk...


f hij me dit later ooit zal vergeven...

Wakker jongetje


(klik op de foto voor een kort filmpje)

Het was mijn tijd nog niet

ojuist had ik een nacontrole bij de verloskundige van het ziekenhuis. Nu ben ik officieel kraamvrouw af, volgens haar althans. Het zal allemaal wel, spectaculairder vond ik het feit dat ik, zonder het te weten, de dood in de ogen heb gekeken. De uitslagen van alle onderzoeken die de oorzaak van mijn plotseling hoge koorts moesten verklaren waren immers bekend. Ik heb kraamvrouwenkoorts (veroorzaakt door de meest agressieve streptokok, de groep A-streptokok) gehad.

Aangezien ik al in het stadium ‘erge dorst’ zat, zijn ze ook geen moment te vroeg met de antibiotica begonnen. En ik maar denken dat het allemaal wel meeviel. Dat die kuur een beetje een overspannen reactie van de gynaecoloog was. Dat die dorst van de borstvoeding en de koorts kwam. En dat de hartkloppingen en snelle polsslag normaal waren.


Maar goed, het ziekenhuis heeft niet overdreven gehandeld, maar juist heel adequaat en daar ben ik - understatement - best blij om.

(Wel jammer is dat mijn bloeddruk maar hoog blijft. Niet iets om me zorgen om te maken, maar het was mooier was geweest als deze eens ging zakken.)

Hallo, meneer de uil!

ven geleden riep ik het al enthousiast: zin om weer iets met vilt te doen. Zeggen en uitvoeren zijn echter twee verschillende dingen; als je een baby hebt staat het zelfs lijnrecht tegenover elkaar. Maar soms moet je gewoon doen. Daarom bestelde ik van de week een muziekdoosje, vastberaden daar iets van te maken voor Elyas. Zaterdag kwam het binnen, een doosje met trekkoord en een prachtige melodie van het zwanenmeer. Nog mooier dan ik had verwacht; het deuntje heeft iets sprookjesachtigs, waardoor de kinderen allemaal dachten dat het een muziekje uit één van de Harry Potterfilms was.

Met restjes vilt ging ik zondag aan de slag, en gisteren heb ik het nog afgekregen ook. Een muziekdoos voor Elyas. Hallo, meneer de uil (uw onderbroek is vuil, wat zit er daar dan in, een grote dikke spin! - excuus, dat moest even, ik heb zo’n gruwelijke afkeer van de Fabeltjeskrant, als kind al en is nooit meer goed gekomen; maar uilen zijn leuk).

Alweer sneeuw!?

indelijk hebben we weer eens een fatsoenlijke winter. Er ligt hier voor de zoveelste keer een dik pak sneeuw. Eigenlijk is het hier sinds de dag dat Elyas werd geboren nog niet helemaal sneeuwvrij geweest. Misschien omdat Yukiko ‘kind van de sneeuw’ betekent en ik onbewust een soort plicht te vervullen heb… maar ik hou van sneeuw. De sereniteit als ik ’s ochtends de gordijnen open doe. De prachtige sfeer, de weidsheid die ontstaat. Het betere genietwerk als het ware.

Om mij heen hoor ik echter steeds andere geluiden. Bijna iedereen ‘heeft het nu wel gehad met die vieze prut’. Of ‘even is leuk, maar er ligt nu alwéér sneeuw’, ook veel gehoord.


Hoewel ik begrijp dat het voor hen die de straat op moeten niet altijd even handig is als ze door een berg half bevroren smurrie heen moeten banjeren, vraag ik me wel af of mensen überhaupt tevreden te stellen zijn. Bij hogere temperaturen is het een vervelende kwakkelwinter - en dé oorzaak van hun almaar voortdurende verkoudheid. Bij regen is het te somber en worden ze neerslachtig. Bij vorst is het te koud - niet warm te krijgen in huis. En als je dan denkt dat ze in de zomer wél tevreden zijn, welnee, ook dan is het te heet, te koud, te benauwd, te nat of te klam. Het principe van mopperen is mij bekend, maar als het gaat om klimatologische verschijnselen ontgaat mij het nut volledig. Alsof bij het uiten van de onvree het weer spontaan omslaat. Hoewel, als we massaal ons ongenoegen laten horen creëren we in ieder geval nog een gevoel van solidariteit - dat is ook wat waard.


Daarom ook alhier een oerkreet: ‘alweer sneeuw?!’ (dat ik inwendig jubel, dat houd ik gewoon voor me, de bijbehorende boze blik moeten jullie er dus zelf bij bedenken, in het kader van trooscht ende saamhorichheid).

Mijn favoriet uitzicht

(Klik op de afbeelding voor groter)

Stickers zijn zeg maar echt niet mijn ding

mdat ik van taal hou, maar vooral omdat ik de schrijfster zo’n leuke vrouw vind - ik zag haar voor het eerst een flinke tijd terug bij Paul de Leeuw met het promoten van ‘Taal is zeg maar echt mijn ding’ en haar verschijning bleef op miraculeuze wijze ergens in mijn geheugen ‘hangen’ - wilde ik dit boekje hebbehebbehebbe. Dus zette ik het op mijn verlanglijst.

Dat lijstje is bij ons een ruim begrip. Ergens in december kan ik een item van mijn lijstje verwachten: hetzij met Sinterklaas, ofwel op mijn verjaardag en anders hebben we altijd kerst nog. Dit jaar zat ik helemaal veilig, ik had met mijn verjaardag al een boekenbon gekregen, dus al zou ik de andere twee cadeautjes-krijg-data boekloos blijven, dan kon ik het altijd nog zelf kopen.

Dit bleek niet nodig. Met kerst had ik het gewilde ‘Taal is zeg maar echt mijn ding’-exemplaar in mijn handen.


Op het boekje zit een sticker: 150.000 exemplaren verkocht. Dat soort getallen zegt mij weinig, behalve dat ik een beetje achter de feiten aanloop en het vrij nutteloos is om nu nog een mening over dit boekje te publiceren. Maar is 150.000 echt heel veel in boekland? Of is dat weinig maar suggereert het dat het veel is waardoor nog meer mensen het gaan kopen - want ja, als iedereen het heeft moet jij het toch ook hebben - waardoor het alsnog veel wordt en er over een tijdje 500.000 exemplaren verkocht-stickers kunnen worden geplakt (een half miljoen, dat klinkt pas écht veel!)?


Omdat de sticker goudkleurig is, ga ik er gemakshalve vanuit dat het best veel is; al lijkt het me op het aantal inwoners van Nederland nog een zeldzaamheid dat ik iemand tref die het gelezen heeft.

Toch zie ik er enkele van mijn loglezers nog wel voor aan. Mocht u daar niet bij horen, dan adviseer ik om alsnog naar de winkel of desnoods bibliotheek te wandelen om het boekje tot uw (al dan niet tijdelijk) eigendom te maken. Het is de moeite waard. Zeker als je, net als ik, van taal houdt. En van lachen. Of van Paulien Cornelisse.


Nu nog de sticker er af zien te peuteren - ik hou niet van stickers op mijn boeken.

En nu allemaal in koor: wat wordt 'ie al groot

Bewaarplicht

ijzelf vaag een column van Kees van Kooten herinnerend waarin hij verhaalde hoe hij zich in een ruimbui door stapels kindertekeningen en dozen vol kleiwerkjes en andere kinderknutsels heen moest worstelen, heb ik mij ooit voorgenomen om niet teveel van dat soort werkjes te bewaren. Temeer omdat Kees door de bomen het bos niet meer zag en dat terwijl hij bij ieder tekeningetje ooit dacht dat hij het leuk zou gaan vinden om te bewaren voor later. Alleen toen het eenmaal later was bleek het beoogde effect van verwachte nostalgie uitermate teleurstellend.


Met deze wijze les in het achterhoofd handel ik al jaren. Alleen de leukste creaties gaan hier in een grote curverbox die ergens verdekt staat opgesteld. Ik heb er bewust voor gekozen dat die doos in kwestie niet te makkelijk toegankelijk is; er ligt een enorme hindernisbaan voor. Op het moment dat ik mij in het hoofd haal dat ik iets wil bewaren waar één van de kinderen op heeft zitten zwoegen en zweten, moet ik eerst een mand met oude knuffels, een doos met tijdschriften die ik verzamel voor school (zodat ik ze weer terug krijg in de vorm van een knutseltje), voorraden keukenrollen, kaarsen, wasmiddelen en allerlei troep dat daar ooit tussen is gevallen (maar waar ik niet meer bij kan zonder enige inspanning) overwinnen. De gemiddelde stormbaan is er niets bij.


Meestal heb ik daar al geen zin in, wat erin resulteert dat ik de betreffende tekening, werkstuk of knutselwerkje alsnog weggooi. Dit is pure zelfbescherming. Derhalve zorg ik er wel voor dat ik per kind minimaal vier dingen per jaar bewaar. Ik vrees dat ik hiervan over een jaar of tien evengoed vreselijk spijt ga krijgen (ik heb inmiddels al twee enorme boxen méér dan vol), maar dat zien we dan wel weer. Helemaal niets bewaren is ook zo meedogenloos. Maar ik moet eerlijk bekennen dat ik tot nu toe nog geen enkele behoefte voel om de inhoud van die doos te gaan bekijken, ik ben benieuwd of ik daar over twintig jaar anders over denk of dan uiteindelijk een met de column van Kees van Kooten vergelijkbaar log schrijf .

Stank voor dank

ou weet ik heus wel dat babylogica géén logica is en als er toch iets van logica in schuilt dat deze dan niet te doorgronden is. Maar toch vraag ik mij af hoe het kan dat Elyas werkelijk iedere keer als ik hem een schone luier geef, binnen afzienbare tijd zijn broek vol poept. Het maakt niet uit hoe lang ik wacht met verschonen, ik kan er op rekenen dat met welk tijdstip ik ook kies, er binnen vijf minuten nadat ik het handige luierklittenbandsysteem vastzet, het overbekende gepruttel uit zijn broekje weerklinkt.

Inmiddels weet ik ook bijna zeker dat hij het niet per ongeluk doet en op zijn eigen babymanier iets in de trant van 'lekker puh' denkt (en dat hij me naderhand uitlacht vind ik ook wat verdacht), maar dat kan ook mijn eigen verbeeldingskracht zijn. Ik weet nu in ieder geval wel waar de uitdrukking ‘stank voor dank’ vandaan komt.

Cocon

oor mijn gevoel zit ik nog steeds in de roes die je normaal tijdens de kraamtijd beleeft. Met name doordeweeks, wanneer de kinderen naar school zijn en ik ten volle van mijn kleine mannetje kan genieten. Het gewone leven gaat maar een beetje langs mij heen, en maak ik alleen bewust mee als ik de kinderen van school moet halen of die keren dat ik echt de deur uit moet om boodschappen te doen. Thuis zit ik in een cocon, amper besef van tijd, geen enkel benul van welke dag van de maand het is. Dat vacuüm van babygenot kom ik vanzelf weer uit als het weer lente wordt denk ik dan maar. Dan is Elyas weer wat groter en komen we meer buiten, bovendien heb ik dan de tuin weer die mijn tijd en aandacht vraagt.

Toch heb ik langzaamaan wel weer zin om andere dingen te doen dan alleen tutten, dragen, voeden, wassen en verschonen. Viltzin begint weer te kriebelen. Mede door de hoge bloeddruk ben ik niet toegekomen om winterdingetjes in elkaar te priegelen en moet ik het zolang doen met spul uit de oude doos, maar mijn streven is iets Paserigs of voor het voorjaar in het algemeen. Nu nog kijken of dat ook gaat lukken tussen al dat tutten, dragen, voeden, wassen en verschonen door.

Uh... hoe heet hij ook alweer?

Prikkelig

e ‘rouwverwerking’  waar ik twee jaar geleden - ondanks dat ik het maar een vaag verschijnsel en een nog nietszeggender woord vind - onvermijdelijk mee te maken kreeg, uitte zich voornamelijk op het cognitieve vlak. Ik werd verstrooid, vergeetachtig, bij vlagen compleet verward, nog verstrooider, vergeetachtiger en verwarder dan ik normaal al ben. Inmiddels is het niveau van deze hinder weer gezakt tot wat voor mij gebruikelijk is. Tot dusver niets aan de hand.

Wat wel ongewijzigd is gebleven is de wijze waarop geluiden bij me binnen komen. En aangezien het eigenlijk alleen maar erger wordt, vraag ik mij af of het wel een nasleep is van rouw of trauma en niet gewoon een logisch gevolg van het ouder worden. Het voelt een beetje alsof ik steeds beter hoor. Nou ben ik altijd al snel afgeleid door geluiden, maar tegenwoordig komt alles zo hard en penetrant bij me binnen: kinderstemmen, de televisie - al dan niet tegelijk met computergeluiden, muziek, een ratelende wasmachine, een blazende droger en het geluid van speelgoed (en dan heb ik het niet eens over batterij-aangedreven lawaaibakken, maar bijvoorbeeld het rammelende geluid van kinderhandjes door een legodoos).


Voorheen was alles voor mij één kakofonie van normaal omgevingslawaai, gemengde geluiden die ik amper opmerkte. Maar inmiddels lijkt het wel alsof elke geluidsgolf zich afzonderlijk mijn gehoorgang binnendringt en vanaf daar ieder zijn eigen weg gaat om vervolgens als een soort harige jeukrups door mijn brein te kruipen.

Niet dat het zo erg is dat ik er buitensporig veel hinder van ondervind, maar het is wel van dusdanige aard dat het me méér dan alleen opvalt. Misschien is de enige remedie daartegen wel dat ik er minder op moet letten, maar op het moment dat ik me realiseer dat ik er niet op moet letten is het kwaad al geschied.

Eigenlijk heb ik wel geaccepteerd dat het inmiddels bij mij hoort, maar ik vraag me wel af waar het verschijnsel een oorzaak vindt.

Ode aan de penvriendschap

teeds vaker valt er post in de brievenbus (die overigens - heel handig - vorige week gestolen is, maar dat even terzijde) die niet voor mij is. Zeker nu de stroom kerst- en geboortekaartjes toch écht afgelopen is, zijn de meeste niet-zakelijke enveloppen geadresseerd aan een ander gezinslid. Aan één van mijn grote dochters welteverstaan: ze hebben beiden (een gestaag groeiend aantal) penvriendinnen.

Het doet mij deugd dat in deze tijd van e-mail, hyves en SMS nog ‘jongelui’ bereid zijn in de pen te klimmen. Een echte pen, niet eentje om mee op een schermpje te klikken of om mee aan te wijzen op het digitale schoolbord, maar zo-eentje waar inkt uit komt, waar je lekker irritant mee kunt klikken in de les, waar je doedels mee maakt in de kantlijn van je schrift, waar je op kunt kauwen tijdens repetities en die op raakt terwijl je net je best doet om heel netjes te schrijven.


Sommige van bovengenoemde penvriendschappen houden al een tijdje stand, wat op zich ook al bewonderenswaardig is. Ik weet nog uit de tijd dat ik zelf penvriendinnen had, hoe moeilijk het is om trouw te blijven schrijven. Soms dacht ik terug geschreven te hebben en vond ik na weken ergens achter een stapel schoolboeken een onafgemaakte brief, waarvan ik in de waan was dat deze allang aan de andere kant van Nederland lag. Of er was gewoon geen tijd om terug te schrijven waardoor de penvriendin in kwestie langzaam afgleed naar de vergetelheid.

Desondanks bleef een klein aantal van deze vriendschappen met gepaste toewijding schrijven.


Kantjes vol heb ik bekliederd en beplakt. Stapels tijdschriften ontdeed ik van leuke afbeeldingen om de brieven mee te versieren, wat soms resulteerde in complete boekwerken van vijfentwintig A-viertjes. Om vervolgens de week erna eenzelfde soort manuscript terug te krijgen. De inspiratiebron bleef onuitputtelijk; verliefdheden, puberperikelen, uit hun mond stinkende leraren, zware proefwerkweken, niets bleef geheim.

Later schreef ik - hetzij steeds minder frequent - over mijn marinetijd, mijn huwelijk, mijn kinderen, en toen plots stopte het. Het nieuwe leven van ons allemaal bleek niet meer te verenigen met een penvriendschap.

Ik mis het wel eens, al heb ik een aantal teruggevonden via hyves en/of mijn web-log; dat is toch een andere vorm van contact. Daarom juich ik het zo toe dat mijn meiden het plezier van schrijven beleven. Het helpt je door je lang niet altijd eenvoudige tienerjaren heen - een levend dagboek als het ware. Ik hoop dat het briefschrijvend soort geen uitstervend ras is en er nog generaties lang op vele deurmatten stapels brieven zullen blijven vallen.

Voor de paddo-liefhebbers onder ons

In het kader van stigmatisering van het mannelijke geslacht...

Zomaar een ochtend in Huize Yukiko

en vraag die me de afgelopen weken al diverse malen is gesteld is of we al een beetje ritme en regelmaat hebben gevonden. Als de vraagstellers me ook kunnen vertellen waar precies ik daarnaar moet zoeken, dan zal dat erg helpen, want ik heb niets wat ook maar een fractie lijkt op regelmaat en/of ritme kunnen ontdekken. Gelukkig leven we in een tijd waarin niemand meer de achterhaalde drie R-en weet te handhaven, dus ik schaam mij ook niet om te bekennen dat iedere dag weer een complete verrassing is en wij, sinds de thuiskomst van Elyas, de kinderen nog niet éénmaal op tijd in de kleren hebben gekregen, laat staan op tijd op school.

Lees (en aanschouw de foto's) verder >>>

Dilemma

n 2007 maakte ik een nieuw account aan voor de kinderen. Zij hebben immers al sinds jaren dit weblog: http://vierkinderen.web-log.nl. Ooit bedoeld als uitlaatklep voor met name Cheyenne, die zo ontzettend leuk kan schrijven; maar uiteindelijk werd het meer een soort online foto-album, voornamelijk door mijzelf bijgehouden. Toen zich in 2007 een nieuw gezinslid aankondigde klopte de naam vierkinderen niet meer en zo ontstond een vijfkinderen-weblog. Helaas liep het anders, iedereen kent de afloop van die zwangerschap en zo kwam het vijfkinderen-log nooit van de grond.

Inmiddels telt het gezin wederom méér dan vier kinderen, dus heb ik besloten om http://vijfkinderen.web-log.nl alsnog leven in te blazen. Toch klopt het gevoelsmatig niet meer. Eigenlijk moet ik een zeskinderen-log aanmaken. Hoe je het ook wendt of keert, ik heb zes kinderen. En ziehier mijn dilemma.

Na enigszins wikken en wegen heb ik besloten het toch bij vijfkinderen te laten. Na het overlijden van Ayden ging ik tenslotte ook gewoon door op http://vierkinderen.web-log.nl. Hard maar waar, over Ayden valt niks nieuws meer te melden, aan mijn tafel zitten vijf kinderen, ik hou het dus bij http://vijfkinderen.web-log.nl, alwaar ik in de gauwigheid even snel een simpele lay-out in elkaar heb geflanst. Ik hoop het in de toekomst vol te kunnen zetten met vele leuke foto’s van alle vijf de kinderen.

De naakte waarheid

a ruim vijf jaar een web-log bij te hebben gehouden, denk ik niet dat ik nog veel schokkende openbaringen en extreme onthullingen voor jullie in petto heb. Maar één ding weten jullie nog niet van mij: mijn douchegewoonten. Nou is daar ook niet veel over te melden: ik stap iedere ochtend onder de warme straal, zeep me in, spoel het af, was mijn haren, poets mijn tanden en klaar. Naderhand maak ik alles weer keurig droog om zo vervelende kalkaanslag te voorkomen en meer spannends is er niet over te vertellen. Maar om dit log toch niet in volledige saaiheid onder te dompelen, hier dan eens een blootfoto van mij onder de douche.

Twee jaar

wee jaar geleden stond de kamer vol met prachtige bloemen en rouwkaartjes, nu met blauwe geboortekaartjes en de leukste kraamcadeautjes. Sinds Elyas is geboren moet ik meer aan Ayden denken dan ooit. Op zich niet zo vreemd natuurlijk, maar het feit dat Elyas een jongetje is dat ook nog eens bijzonder veel op zijn overleden broer lijkt, helpt niet echt mee. Regelmatig moet ik een brok wegslikken bij het zien van al dat moois dat Ayden ook had kunnen zijn. Maar ik ben vooral heel erg dankbaar dat ik dit allemaal na twee jaar toch nog mee mag maken. Elyas is geen vervanging en al helemaal nooit zo bedoeld, maar ik ben gelukkiger dan ooit.

Ook op deze achtste januari. Ayden heeft me doen beseffen dat een kind krijgen zo bijzonder is en alles behalve vanzelfsprekend, iets wat je als ouder wel weet, maar er is een overtreffende trap van weten. Nooit eerder heb ik zo met volle teugen genoten van een nieuw leven.


Ayden zou vandaag zijn tweede verjaardag vieren. Geen cadeautjes voor hem, wel een taartje voor ons, want het blijft een feestje dat hij er was.

Drie weken oud...

...en een deugniet in de dop (klik op de foto)

Sneeuwsprookje

Even wennen

oor de kinderen is het wel even wennen, zo’n babybroertje. Met name voor Jessai en Junah, die altijd samen lekker in huis spelen met hun playmobilavonturen en legofantasieën. Dat is in principe onveranderd, maar het moet allemaal net even een decibelletje minder luid. Want de goedbedoelde adviezen ‘hij is de geluiden gewend uit de baarmoedertijd’ en ‘hij moet er maar aan wennen’, blijken toch niet helemaal op te gaan. Elyas kan prima door lawaai heen slapen, maar plotselinge smurfachtige stemmetjes, kanonsgeluiden en monsteraanvallen blijken zijn rust toch enigszins te verstoren.

Maar leren rekening te houden met een ander, daar is niks mis mee. Daarom laat ik het zijn gang maar gaan en slinger zo nu en dan een vermanende ‘ssst, iets zachter graag’ richting het spelende kroost. Even wennen dus.


Toch zijn ze allevier allerliefst voor Elyas. En dat Junah niet langer meer de jongste in huis is, vindt ze niet zo’n probleem; haar promotie tot grote zus neemt ze uiterst serieus.

Kinderwagen

oor alles is een eerste keer. En baby’s kennen heel veel eerste keren, zo ook de eerste keer in de kinderwagen. Dat was vandaag pas, aangezien zowel Elyas als ik een groot fan zijn van de draagdoek als vervoersmiddel. Toch is een kinderwagen ook wel makkelijk, vooral als je hulpjes hebt die zich met alle (zuster-)liefde inzetten om te duwen.

Overigens valt me nu pas op de foto op hoe Elyas zich langzaam transformeert van magere tot bolle - in het ‘echie’ valt het reuze mee.

Gelukkig nieuwjaar

p het moment dat ik dit schrijf is Elyas 16 dagen en 35 minuten oud. Zo lang ben ik alweer moeder van dit heerlijk rustige en tevreden mannetje. Vanochtend is hij gewogen door de wijkverpleegkundige: 3800 gram tot mijn grote verbazing. En ik maar denken dat ik de borstvoeding nog niet goed op peil had, maar er zaten zelfs brokjes vet in zijn ontlasting, constateerde deze mevrouw van het consultatiebureau; ik geef pure slagroom volgens haar. Niets aan de hand dus.

Een mooie afsluiter van 2009, vind ik zelf. Een jaar dat rustig en kalm begon; wij hadden geen enkele plannen in de richting van gezinsuitbreiding. Dat besluit kwam later en wonder boven wonder slaagde de uitvoering meteen. Dit had ik in december 2008 nooit kunnen bedenken.


Toen ik een maand geleden een vooruitziende blik op vandaag wierp, besefte ik dat de kans groot was dat ik nog zwanger zou zijn deze dag. Het lijkt nu onvoorstelbaar. Het is een cliché, maar waar: ik kan Elyas al vanaf de eerste dag niet meer uit ons leven denken.


Ik wens iedereen een net zo gezond, verrassend en voldoeninggevend 2010 als 2009 voor ons was.

Hè?

aar ik mij in het ziekenhuis over verbaasde is de manier waarop het verplegend personeel en de artsen tegen Elyas praatten. Het is een wonder dat baby’s doorgaans hun communicatieve vaardigheden starten met woordjes als dada en papa, want de kreten en/of , zijn vele malen meer voor de hand liggend. Het is immers verbazingwekkend hoe vaak die twee woordjes tegen een pasgeborene worden gebezigd. En toen ik er eenmaal op ging letten bemerkte ik dat ik onwillekeurig op dezelfde manier loop te kirren. Geen zin wordt uitgesproken zonder begeleiden of .

, ben je weer wakker?’

‘Je hebt honger, ?’

, heb jij soms een poep gedaan?’

‘Zo, een schone broek ligt veel lekkerder, ?’

(…alsof ze antwoord zouden geven)


Ik begin mij ernstig af te vragen of ik altijd al zo heb gepraat tegen mijn pasgebaarde kroost, of dat ik ben aangestoken door de verpleging in het streekziekenhuis alhier. Hoewel het mij nu pas is opgevallen, vrees ik het ergste; hoe meer ik er op let, hoe meer mensen ik zo hoor praten. Waarschijnlijk worden wij spontaan seniel als wij oog in oog komen te staan met zuigelingen. Ik ga er van uit dat het ooit weer goed komt.

Na zoveel kinderen weet ik het nog niet

at ik niet goed doe weet ik niet, maar Elyas - amper twee weken oud - is nu al gruwelijk verwend. Nét zo verwend als zijn broer en zussen, bij wie het al geen haar beter ging. Overdag laat het mannetje zich prima wegleggen in zijn wiegje. Dit gemak heeft echter tijdtechnische begrenzing. Tussen 0:00 en 6:00 uur is het wiegje ontoegankelijk terrein en heeft meneer voorkeur voor het ouderlijk bed. Het liefst binnen hapklare afstand van de moederborst. Tussen 6:00 en 8:00 uur is ook het tweepersoons matras niet langer goed genoeg. Elyas ligt dan enkel rustig op zijn buikje op vaders of moeders borstkas.

Op zich is het allemaal niet zo erg, we slapen allemaal prima op deze manier, maar ik ben in de loop der jaren net als menig ander ouder behoorlijk bang gemaakt voor de Grote Gevreesde Wiegendood. En de voorschriften om dat doemscenario te voorkomen melden dat slapen in het ouderlijk bed uit den boze is. Slapen op het buikje is ook niet aan te bevelen. In twee weken tijd heeft Elyas zich dus al twee ernstige veiligheidsvergrijpen aangewend.

Het erge is, de anderen hadden deze zelfde gewoonten, in ieder geval ‘het zich niet terug laten leggen in eigen bed gedurende de nacht’, dus technisch gezien gaat het ergens het mis met mijn terugleghandelswijze.

Ik kan twee dingen doen: hardnekkig blijven volhouden tot het mannetje zich op een goede dag toch in zijn eigen wiegje laat deponeren (een stuk veiliger volgens wetenschappelijk onderzoek), of nonchalant denken dat het met de anderen uiteindelijk ook goed ging en kwam en dat hele volksstammen met hun kinderen in één bed slapen (natuurlijke behoefte van kind aan geborgenheid). Beide opties laten te wensen over; dus suggesties zijn welkom.

  • links archieven
Neem inhoud van deze site over (XML)

web-log.nl, powered by TypePad